5 covers die beter zijn dan het origineel

Translatio, imitatio, aemulatio. Vertalen, navolgen, overtreffen. Ze konden het mooi zeggen, die klassieke Romeinen, als het gaat over inspiratie door andermans artistiek werk.

In de muziek is het een vraag met diep-filosofische dimensies: kan een cover beter zijn dan het originele nummer? In essentie is het werk altijd al gedaan – de muze is al langs geweest. Het ruwe materiaal is voorhanden. De woorden zijn geboren, de riff scheurt sowieso. Kan je met een scherp weerhaakje, een magische modulatie, een tegendraadse tempowisseling, een streepje strijkers of een radicale snoeibeurt baas boven baas zijn? Ontvlambaar uitgangspunt – er zijn, bij het opklimmen van de trappen van vergelijking, al vriendschappen gesneuveld.

Melomanen spitsen sowieso de oren als het onderwerp ter sprake komt. Geef toe: je was ook al enigszins opgewonden/geïrriteerd door de titel boven deze schamele bijdrage. Clickbait, beken ik maar meteen, want ik kan de ambitie niet waarmaken. Ik ben nu eenmaal collega (as) niet. Met de kromgetrokken vingers van mijn door Dupuytren geteisterde hand kom ik ruimschoots toe om ze te tellen, topcovers die me doen aarzelen – hoewel de originele artiesten in dit geval stuk voor stuk iconen zijn.

Eerst 4 dubbeltjes op hun kant. Ik sta in dubio, huiver bij de afweging, wankel en weifel. Daarna 1 bewijs voor de stelling die eigenlijk niet te staven is – en ook niet bewezen moet worden. Ach: oordeel vooral zelf. Of beter nog: vul aan!

  • With a little help from my friends

The Beatles. Heiligschennis om nog maar te overwegen dat een artiest The Fab Four nog formidabeler kan doen klinken. Komt weliswaar aardig in de buurt: Joe Cocker. Waar de Liverpool-versie nog een snoepje is, bijna drammerig deuntje, een ontspoorde grap (Ringo zingt…), vermaalt de strot van schuurpapier uit Sheffield het nummer tot een diep doorleefde schreeuw: zie mij graag. ‘Mindblowing’, zei McCartney later zelf. Wij spreken Macca zelden tegen.

  • You do something to me

Paul Weller. Absolute held. Wie niet van The Jam houdt – die eet voor mijn part pindakaas, maar niet aan mijn tafel. De ontdekking van dit latere solo-nummer (1995) was zo’n magisch moment waarop je de wereld heel even hartverscheurend mooi gaat vinden. Onovertrefbaar, tot je plots bij het verveeld scrollen op YouTube een opname uit Live In London (Cadogan Hall) van Skunk Anansie tegenkomt. Close (but no cigar). Het scheelt geen haar – pun intended. Soms spelen Skin en Paul het samen, live. Zegt ook iets.

  • All along the watchtower

Bob Dylan. Niet voor niets begonnen we in onze muziekbib drie jaar geleden onze jaarlijkse tribute aan levende legendes bij hem. In al zijn schijnbare eenvoud – dat geldt voor veel van zijn werk – is All along the watchtower, op zijn achtste plaat uit 1967, een pareltje. Dat ontging Jimi Hendrix niet: amper een jaar later was hij het die het nummer onsterfelijk maakte op Electric Ladyland, een dikke maand na Woodstock. Vanaf dan zou Dylan zich live af en toe laten inspireren door Hendrix’ versie – een meta-cover, zeg maar. 

  • Sweet Jane

The Velvet Underground. Lou Reed. Over riffs gesproken: dit is er eentje die schreeuwt om – euh – na te spelen. Eigenlijk is de solo-versie van Reed zelf al een (dé) cover van het ontregelende, donkere, trage origineel. De verdwenen bridge in de VU-versie is een klassiek verhaal in de rockgeschiedenis. Toen Cowboy Junkies in een kerk in Toronto hun ingetogen, breekbare versie registreerden, herstelden ze het brugje (“Heavenly..”) in ere. Van de vele covers zou het volgens de overlevering onder meer daarom de voorkeur van Lou wegdragen – voorwaar een prestatie om hem te behagen.

  • Here comes the sun

The Beatles. We begonnen er onze top vijf al mee. Is het draaglijk om alleen nog maar te durven denken dat het heilige kwartet afgetroefd kan worden op eigen terrein? ‘Here comes the sun’ is een George Harrison-nummer (zou het toeval zijn dat het hier twee keer niet om een volbloed Lennon-McCartney-song gaat?).  Als tiener tapete ik het in een vrolijke bui van de radio: cassettedeck op ‘record’, pauzeknop stand-by voor potentiële ontdekkingen. Heerlijk. Tot Nina Simone ermee achter haar piano kruipt, en ‘heerlijk’ een upgrade naar ‘hemels’ krijgt. Teder, broos, puur. Ik fluister: ja. Aemulatio…

ps: zin om ook te gaan twijfelen? Leg dan zeker de hele gelijknamige coverplaat ‘Here comes the sun’ van Nina Simone op, uit 1971, met onder meer ‘Just like a woman’ van Dylan, en de evergreen ‘My Way’, on-waar-schijn-lijk straffe versies. Kiezen hoeft niet. Genieten volstaat.

(jac)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.