Mahler : Kindertotenlieder

Toen ik zo’n achtduizend dagen geleden startte in de muziekafdeling was ik zo gefortuneerd om te mogen samenwerken met collega M.L.  Zonder een gids of mentor te willen zijn, maakte ze me wegwijs binnen de klassiek, ze zei simpelweg ‘Je zou hier eens naar moeten luisteren’ of ‘Ken je dit?’ en overhandigde me dan een cd.  Soms vertelde ze  er een verhaal of een anekdote bij met een souplesse die verraadde dat haar op ervaring berustte kennis heel gevoelsmatig was ingekleurd.  En dat beviel me uitstekend.  Dezelfde avond nog, terwijl dromen zich via sluipwegen naar slaapkamers haastten, drukte ik de powerknop van de stereo in,  schoof de cd in de lade, om vervolgens de koptelefoon als een kroon op mijn hoofd te plaatsen.   Als het me niet beviel vroeg ik me meewarig af wat ik gemist had, maar dat kwam maar een enkele keer voor.  Meestal was het raak.  De ‘Kindertotenlieder‘ van Gustav Mahler was niet alleen raak, het was een blikseminslag.

Friedrich Rückert schreef een cyclus van maar liefst 428 gedichten onder de titel ‘Kindertotenlieder’ waarin hij zijn persoonlijke ervaring met de dood van twee van zijn kinderen verwerkte.  De liedercyclus  – voor zangstem en symfonieorkest – van componist Gustav Mahler bevat vijf van deze gedichten. Ook voor Mahler was het een verwerking van traumatische jeugdherinneringen: in een tijd waarin het niet ongebruikelijk was dat kinderen al in het eerste levensjaar stierven verloor Mahler acht van zijn broertjes en zusjes.  In 1901 componeerde hij het eerste, derde en vierde lied.  In 1904 – twee weken na de geboorte van zijn tweede kind Maria – voltooide hij de cyclus. Alma, zijn vrouw, vond het onbegrijpelijk dat hij het lot zo tartte. In 1907 stierf Maria aan hersenvliesontsteking.

De liederen zijn een rouwproces, een verzoening, een verlossing.  Je hoort het in de muziek én in de laatste zinnen van het 4de lied “Sie sind uns nur vorausgegangen/und werden nicht wieder nach haus verlangen!/Wir holen sie ein auf jenen hoh’n/im sonnenschein! Der tag is schön auf jenen hoh’n!

Ook in het 5de en laatste lied, dat nochtans stormachtig begint, heerst er op het eind berusting: Sie ruh’n wie in der mutter haus“.  De mimiek en beleving van Thomas Hampson doorheen het lied  spreken boekdelen.

Reserveer een klein halfuurtje van uw kostbare tijd voor dit meesterwerk, schuif de wereld even terzijde, stop het in de dichtstbijzijnde lade, neem de tekst ter hand en …

(as)

ps : Met dank aan Mia want ze gaf me “A thing of beauty is a joy forever“.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.