Monteverdi op de valreep

Claudio Monteverdi werd in 1567 – 450 jaar geleden –  geboren in Cremona: het feestjaar is bijna ten einde, maar nog niet helemaal.  En als je denkt ‘pffft, oude brol’, verzoek ik je met de hoffelijkheid van een weledele heer om toch verder te lezen.  Ik zal trachten je te behagen met enkele geschiedkundige feiten terwijl Claudio M. je verovert en betovert met zijn muziek.
Ben je er nog?

Eind 16de – begin 17de eeuw. Het is de tijd van Shakespeare en Cervantes, de tijd van Caravaggio en Rubens en van Galilei en Kepler. Het is ook de tijd van Claudio Monteverdi, wiens werk de overgang van renaissance- naar barokmuziek markeert.  De wereld vibreert, maar siddert tegelijkertijd.  Europa gaat gebukt onder de pestepidemieën, slechts 1 op 3 wordt gespaard. Monteverdi overleefde, maar een groot deel van zijn oeuvre niet. Hij schreef minstens 18 opera’s, maar slechts drie daarvan – ‘Orfeo’, ‘Il ritorno d’Ulisse in patria’ en ‘L’incoronazione di Poppea’ –  zijn bewaard.  Met een beetje gevoel voor drama kan men stellen dat vele opera’s aan de pest geofferd zijn, aangezien alles wat enigszins brandbaar was werd verbrand om besmettingshaarden uit te schakelen.

Meer dan 400 jaar na datum covert singer-songwriter Ane Brun “Lamento della ninfa”. Hier hoor je de klassieke uitvoering met sopraan van dienst Natalie Dessay.

Monteverdi stond aan de wieg van een muzikale revolutie. Deze ‘moderne’ muziek werd de ‘seconda pratica’ genoemd, die tegenover de ‘prima pratica’, de vocale polyfonie, stond.  Muziek moest vooral emotioneren.

Aangezien cultuur een pronkmiddel was en de hertog van Mantua niet wou onderdoen voor de Medici’s uit Firenze, gaf hij huiscomponist Monteverdi en librettist Striggio de opdracht om voor een groot spektakel te zorgen.  Dat werk werd “L’Orfeo” (1607) en wordt algemeen beschouwd als het begin van de moderne opera.

In 1624 schreef Monteverdi het ‘Combattimento di Tancredi e Clorinda‘.  Voor het eerst in de geschiedenis komt ‘pizzicato’ (getokkelde snaren) voor in de strijkerspartij.

Het  publiek in het 17de eeuwse Venetië sprak dikwijls over een stuk van Busenello of Badoaro, dus over de librettist in plaats van over de componist.  En aangezien de toeschouwers – gebruikmakend van olielampen –  het libretto graag meelazen,  is het niet verwonderlijk dat de grotendeels uit hout opgetrokken theaters meermaals afbrandden.

2011, het Concertgebouw in Brugge. Hoog in de nok had ik nog één van de laatste tickets weten te bemachtigen. Op het podium het onvolprezen ensemble L’Arpeggiata olv Christina Pluhar met Philippe Jaroussky en Nuria Rial. We weten ondertussen, aldus René Jacobs, dat niet Monteverdi – oud en ziek als hij was – maar een componist uit zijn atelier de schrijver was van het immer in de Klara’s Top 100 gevestigde “Pur te miro”.

Ben je er nog steeds?

(as)

 

 

3 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.